Weekgedicht #37: ‘God, de zijne’

Anne besloot de lunch met een gedicht van Joost Zwagerman, die op zijn manier vluchtte voor een betere toekomst. Een gedicht gericht aan zijn vriend Rogi Wieg die kort daarvoor zijn overlijden had aangekondigd.

Toch is God hooguit een
vage kennis. Hij is niet eens
een verre facebookvriend.
Mijn vriend de nog-niet-dode
dichter Rogi kent Hem beter.
Worstelende intimi, die twee.
Mijn vriend de nog-niet-dode
dichter Rogi schreef dat God in
de Hel aan de wereld heeft
gewerkt. Rogi zegt, de hel
is in alles neergelegd. Mijn vriend
is nog niet dood, al wil hij wel.
En niet. Of wel. Ik word verhoord,
monddode kroongetuige. Door-
heen het sprakeloos verwarde
nee probeert een ik heel dun
of het nog tijdig kan gezegd.
In herhaling wat mijn nog-niet-
dode vriend over het helse
van de goede niet-zo-goede God
beweerde. Ik probeer, mijn
vriend hij gaat niet dood. Rogi
komt in een gedicht terecht.