Weekgedicht #34: ‘Een nieuwe wereldburger, Renske’

Ik vertrouw op mijn kinderen als op een rots

en ik ben op beiden reuze trots.

Ze hebben allebei gestudeerd

en daarna een eerzaam vak geleerd.

De oudste net als ik justitie-officier

de jongste volgt zijn vader op als bankier.

Ze zijn de dertig gepasseerd

waardoor hun moeder in de positie verkeert,

dat haar een primitief gevoel bekroop,

dat ik omschrijf als “grootmoederhoop”.

Helaas een vervulling daarvan zie ik niet;

althans niet in een nabij verschiet.

Afgelopen week werd ik gebeld

en werd mij heel groot nieuws verteld:

mijn petekind had een dochter gekregen

voor haar en mij een heuse zegen.

Zij kreeg het op haar 41e jaar

dan toch maar even voor elkaar.

Ik noem dit wonder voor de grap

mijn eigen “peetgrootmoederschap”.

AF

ROT_Gedicht_3416-750x500